woensdag 24 oktober 2012

Stromingsverslag klas 6 - Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan


Louis Couperus – Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan
Uitgever: Brilliant Books - grootste werken (eenmalige uitgave) 2004
Aantal pagina’s: 254
Genre: thriller en detective

Samenvatting

Met de ‘oude menschen’ in de titel worden grootmoeder Ottilie, meneer Takma en dokter Roelofsz bedoelt. Deze drie mensen torsen hun hele leven een afschuwelijk geheim met zich mee: Ottilie en Takma hebben Otillies man Dercksz vermoord. Zij denken zelf dat ze het geheim altijd goed verborgen hebben gehouden. Echter, iedereen in de uitgebreide familie heeft zo zijn eigen ideeën en allerlei mensen komen via allerlei weggetjes dingen te weten. Maar al weten de nieuwsgierigen van de familie een hoop, er wordt nooit over gesproken.

Verwerkingsopdracht: stroming
Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan behoort tot het naturalisme.

In de naturalistische boeken wordt de werkelijkheid erg nauwkeurig beschreven. Geen metafysische of symbolische elementen: het moest duidelijke taal zijn zonder al te veel poespas. Dit werd gebruikt om de geloofwaardigheid van de realiteit beter weer te kunnen geven. Wel is er veel aandacht voor de gedachten en emoties van de personages. Een ander kenmerk is de somberheid van de hoofdpersonen. Het naturalisme is een vrij sombere stroming, de hoofdpersonen zijn vaak nerveus, zwak of ziek. Lot (Charles Pauw, de zoon van de tweede Ottilie) zegt letterlijk vaak dat hij een zwak gestel heeft, hij is daarbuitenom snel jaloers en vind zichzelf niet erg mannelijk. Eigenlijk is er geen één persoon in Van oude menschen die echt optimistisch is ingesteld: iedereen lijkt als het ware opgezadeld te zijn met de dingen die door een eerdere generatie zijn gedaan. De drie oude mensen voelen zich schuldig, net als de mensen die het wisten en hun mond hebben gehouden.

Er is aandacht voor het determinisme: het lot van de mens wordt bepaald door de factoren erfelijkheid, opvoeding en milieu. Dit komt niet letterlijk terug in het boek, maar je hebt wel het gevoel dat de personages niet kunnen ontsnappen aan hun noodlot en elke poging daartoe gedoemd is te mislukken. Ontnuchtering is ook een belangrijk aspect. In dit boek is er sprake van een zeer geleidelijke ontgoocheling, steeds meer mensen komen achter het afschuwelijk geheim dat ze eigenlijk nooit achter deze ‘lieve, oude mensjes’ hadden gezocht. Er is veel aandacht voor de sociale omgeving: het boek beschrijft het leven van een hele familie, de meest directe sociale omgeving die er is. In het boek wordt een seculier wereldbeeld geschetst. De paar familieleden die erg met geloof bezig zijn, worden een beetje belachelijk gemaakt en aan de kant geschoven, niemand neemt ze echt serieus. Het breken met taboes over seksualiteit vind ik niet heel duidelijk naar voren komen. Er is wel iemand die wat ‘schunnige literatuur’ in zijn boekenkast heeft staan en grootmama Ottilie heeft seks buiten haar huwelijk, maar er wordt verder helemaal niet over seks geschreven. Er woorden veel bijzondere woorden gebruikt waarvan ik denk dat er neologismen tussen zitten, maar dit vond ik erg moeilijk omdat er ook veel ouderwetse woorden in het boek staan. Voor mij was het soms moeilijk om te bepalen of zo’n woord op het moment van schrijven nou nieuw bedacht was of juist heel gewoon.

Ik denk dat dit boek heel erg aansluit bij het naturalisme. Zo’n beetje alle kenmerken van het naturalisme komen terug in dit boek. Voor zover ik weet zijn vrijwel alle boeken die Couperus heeft geschreven naturalistisch. Ik vind dat dit boek voor een 9 op een schaal van 10 aansluit op het naturalisme.  

zondag 21 oktober 2012

Stromingsverslag klas 6 - De ontdekking van de hemel


Harry Mulisch – De ontdekking van de hemel
De Bezige Bij, Amsterdam, 2001, 32e druk
Aantal pagina’s: 901
Genre: totaalroman, filosofische roman, psychologische roman

Samenvatting:

In de proloog vertelt ‘iemand’ aan ‘iemand anders’ hoe hij in opdracht van 'de Chef' het testimonium naar de hemel heeft teruggebracht. Het boek is als het ware zijn vertelling van deze prestatie.

Onno Quist krijgt een lift van Max Delius. Er ontwikkelt zich een buitengewone vriendschap tussen de twee, ze kunnen met elkaar praten zoals ze met niemand anders kunnen praten. Op een dag ontmoet Max de celliste Ada in een boekenwinkel, met wie hij een relatie krijgt. Max en Onno besluiten op onderzoek te gaan naar Max’ vader, een geëxecuteerde oorlogsmisdadiger die Max nauwelijks heeft gekend. Als Onno Max komt ophalen om naar het Rijksinstituut te gaan, laat Max Ada in de steek (hij vertelt haar niet wat hij gaat doen) en Ada verlaat hem hierom. Omdat Max niet vind wat hij zocht in het instituut, besluit hij de zomervakantie te gebruiken om zijn geschiedenis te zoeken en naar Polen te gaan. Terwijl hij Auschwitz bezoekt, krijgen Onno en Ada een relatie. Als ze met zijn drieën in Cuba zijn, heeft Ada eerst seks met Max en daarna met Onno. Een paar maande later blijkt ze zwanger te zijn (terwijl ze de pil gewoon geslikt heeft), maar zij en Max weten dus niet wie de vader is. Onno weet van niets en Ada en Max besluiten om hem niets te vertellen. Als ze met zijn drieën in Dwingeloo zijn, krijgen ze een telefoontje dat Adas vader een hartinfarct heeft gehad. Ze rijden naar het ziekenhuis, maar er waait een boom op de auto waardoor Ada buiten bewustzijn raakt. In het ziekenhuis blijkt er niets mis te zijn met de baby, maar Ada wordt maar niet wakker. Max’ gaat naar Adas moeder Sophia toe om haar het nieuws te vertellen. Adas vader blijkt overleden, en als Max ’s avonds blijft slapen heeft hij seks met haar. Er ontstaat een vreemd ritueel tussen hen: overdag zijn ze afstandelijk en zakelijk tegen elkaar, maar ’s nachts slapen ze samen. Ada blijkt intussen in een irreversibel coma te verkeren en zal niet meer wakker worden, haar kind zal via een keizersnede gehaald moeten worden. Onno kan en wil niet alleen voor het kind zorgen, waarop Max aanbied om het kind samen met Sophia op te voeden. Onno weet niets van hun ‘relatie’, maar ondanks het feit dat de constructie wat vreemd is wordt besloten dat het zo dan maar moet. Het kind wordt geboren en krijgt de naam Quinten. Quinten groeit op bij Max en Sophia op kasteel Groot Rechteren. Alle bewoners zijn erg cultureel en hoogopgeleid en Quinten leert van allemaal ontzettend veel. Onno komt zijn zoon soms opzoeken, maar denkt steeds minder aan hem en Ada en krijgt ook weer een nieuwe relatie. Quinten is erg intelligent, beeldschoon en is zowel erg nieuwsgierig als afstandelijk. Als Quinten op een dag Ada bezoekt, krijgt hij ’s nachts voor het eerst een droom over ‘de Burcht’, een droom die hij later opnieuw en opnieuw krijgt. Onno krijgt twee keer op een dag ontzettend slecht nieuws: hij kan geen rol meer spelen in de politiek en zijn vriendin Helga wordt vermoord. Hij verbrand alle schepen achter zich en laat alleen een brief achter voor Max, Sophia en Quinten waarin hij zegt dat ze hem niet kunnen vinden.  Onno verdwijnt in het niets en Quinten hoort vier jaar lang niets van hem. Ook de gelukkige tijden op het kasteel zijn over: de oude eigenaar sterft, er komt een verschrikkelijke nieuwe eigenaar voor in de plaats en veel aardige bewoners vertrekken. Ada takelt heel snel af en Max wordt getroffen door een meteoriet. Hierop besluit de dan zeventienjarige Quinten op zoek te gaan naar zijn vader. Hij gaat naar Italië, waar hij zijn vader na drie weken in Rome in het Pantheon vind. Ze trekken samen door de stad en Quinten interesseert zich heel erg voor het ‘Heilige der Heiligen’, omdat hij ervan overtuigd is dat de ark des verbonds zich hierbinnen bevind en hij het gevoel heeft dat het met zijn Burchtdroom te maken heeft. Hoewel Onno dit absoluut onzin vind kan hij Quinten niet meer tegenhouden. Quinten bereid een inbraak voor om de twee stenen met de tien geboden uit het Heilige der Heiligen te stelen. Deze inbraak lukt en ze nemen de twee stenen mee (hoewel Onno niet gelooft dat het ‘de wet’ is) en ze vluchten uit Italië. Quinten voelt aan dat hij zich door het toeval moet laten leiden en ze komen in Tel Aviv terecht. In Jeruzalem wordt Quinten als hij alleen is als het ware opgezogen door een visioen. Hij brengt de stenen tafelen en brengt ze naar de Gouden Poort. Als Onno even later aan de deur van Quintens kamer klopt, zijn Quinten en de stenen tafelen op onmogelijke wijze verdwenen. Hij belt Sophia in paniek op en zij vertelt hem dat Ada op precies hetzelfde tijdstip is gecremeerd.

Verwerkingsopdracht: Stroming

Ik denk dat De ontdekking van de Hemel tot het magisch realisme behoort

Het hele boek heeft een metafysisch, bovennatuurlijk karakter. Dat zijn veruit de belangrijkste thema’s in dit boek: God, godsdienst, verhouding van de mensen tot God, macht afnemen van god door kennis en geloven. Het magisch realisme gaat uit van twee zijden: de nuchtere, rationele realiteit en de irrationele droom. Het magisch realisme zit zelf tussen deze twee zijden in: op het moment dat ze samenkomen en het bovennatuurlijke opeens even zichtbaar wordt. Dat komt letterlijk terug in dit boek: ik zie Quinten als een metafysische aardbewoner, een schakel tussen de realiteit en het bovennatuurlijke. Hij leeft wel in de realiteit, maar toch is het voor iedereen duidelijk dat hij ‘anders’ is. Zijn irrationele droom (letterlijk de droom van de Burcht) geeft hem in wat hij moet doen, zonder dat hij dit zelf rationeel kan of wil verklaren. In het magisch realisme wordt geschreven in een koele, nuchtere taal (het is een onderstroming van de Nieuwe Zakelijkheid) over de droom. Door het realistisch maken van het irrationele, wordt de tekst geloofwaardig wat het magisch effect versterkt, omdat je het echt kan geloven.

Maar als hij over de drempel stapt, grijpt wederom een verandering plaats. Geschrokken blijft hij staan. Edgar naast zijn oor, de leerachtige klauwen met de harde nagels op zijn vel. De steenmassa’s om hem heen zijn bezig hun substantie te verliezen: het is of zij van hout worden… (pagina 887)

Ook gaat het magisch realisme uit van een verborgen samenhang: niets gebeurt zonder reden. Al lijkt alles in de werkelijkheid er toevallig aan toe te gaan, eigenlijk zit er een ‘verklaring’ achter. Toeval bestaat niet en alles heeft een diepere betekenis: de geschiedenis is een wetmatig proces.

zondag 7 oktober 2012

Stromingsverslag klas 6 - De kleine Johannes



Frederik van Eeden – De kleine Johannes
Querido, Amsterdam, 1994, veertiende druk
Aantal pagina’s: 160
Genre: psychologische roman/sprookje

Samenvatting:

Johannes is een jongetje dat met zijn vader, hond en kat in een oud en geheimzinnig huis woont. Hij heeft veel fantasie en houdt heel erg van de natuur. Als Johannes op een dag met een boot op het water drijft, verandert een libel op de rand van de boot in een elf die zichzelf Windekind noemt. Windekind laat Johannes alle wonderen van de natuur zien. Hij maakt Johannes kleiner en Johannes kan planten en dieren verstaan. Windekind zegt Johannes dat hij nooit zijn naam aan de mensen mag vertellen, omdat de mensen lage en gemene wezens zijn. Op een dansfeest in een konijnenhol krijgt Johannes een gouden sleutel van de elvenkoning Oberon, die zegt dat het sleuteltje op een kistje past met daarin kostbare schatten. De volgende dag wordt Johannes alleen in de duinen wakker doordat zijn hondje Presto aan hem snuffelt. Johannes twijfelt of hij alles gedroomd heeft, maar dan ziet hij het sleuteltje in zijn hand. Thuis is iedereen boos op hem omdat hij is weggelopen, maar Johannes houdt zijn belofte en vertelt niets over Windekind. Enkele dagen later neemt Windekind hem opnieuw mee om het sleuteltje te verstoppen. Als Windekind hem drie weken later nog een keer meeneemt, ziet Johannes een groep mensen die de rust in het bos verstoort. Johannes wordt erg bedroefd en blijft bij Windekind. Hij ontmoet een kabouter, Wistik, die hem vertelt over een boekje waarin ‘de antwoorden op alles’ staan. Hoewel Windekind zegt dat Johannes niet naar het boekje moet zoeken, wil Johannes antwoorden op zijn vragen en zoekt hij Wistik op.
Wistik zegt dan 'Mensen hebben het gouden kistje, elfen hebben de gouden sleutel, elvenvijand vindt het niet, mensenvriend slechts opent het. Lentenacht is de rechte tijd, en roodborstje weet de weg.' Johannes denkt dat hij de aangewezen persoon is het kistje te vinden, maar hij heeft Windekind verraden en kan hem niet meer terugvinden. Hij dwaalt door het bos en komt bij een tuinman, waar hij mag blijven. Hier ontmoet hij een meisje, Robinetta, en ze heeft een roodborstje. Hij vertelt haar alle verhalen van Windekind en zij zegt het ‘ware boekje’ te hebben. Zij bedoelt de bijbel, maar Johannes verwerpt dit en daardoor mag hij niet meer blijven. Johannes ontmoet Pluizer, die zegt een vriend van Wistik te zijn en dat Johannes Windekind verzonnen heeft. Alleen hij, Pluizer, bestaat echt en zal Johannes helpen het 'ware boekje’ te vinden. 

Pluizer brengt hem naar de stad, waar hij Hein (de dood) en dokter Cijfer ontmoet en waar hij een goed mens moet leren te worden. Pluizer toont Johannes de armoede, ellende, ijdelheid en verveling van de mensen. Hij geeft Johannes ook een rondleiding in de aarde van het kerkhof, waar hij allerlei graven bezoekt met tot slot het graf van Johannes. Hoe meer dokter Cijfer en Pluizer Johannes leren, hoe duisterder zijn leven wordt. Johannes verlangt steeds meer naar zijn huis in de duinen. Op een dag brengt Pluizer hem hier, en Johannes ziet dat zijn vader op sterven ligt. Als zijn vader is overladen, wil Pluizer in hem gaan snijden maar Johannes vecht met hem en Pluizer verdwijnt. Johannes wil hierna met Hein mee, maar Hein weigert. Buiten ziet Johannes Windekind en Hein in een bootje zitten. Hij wil met hen mee, maar van de andere kant komt een mens aangelopen die Johannes voor de keuze stelt om naar het Grote licht te gaan of naar de mensheid. Johannes kiest voor het laatste. Het boekt eindigt met de woorden: ‘Wellicht vertel ik u eenmaal meer van de kleine Johannes, doch op een sprookje zal het dan niet meer gelijken.’

Verwerkingsopdracht: stroming
In het begin leek deze opdracht me heel makkelijk: in het boek van de mediatheek stond een sticker ‘Impressionisme’ geplakt en op het blaadje dat we bij Nederlands hadden gekregen stond het boek ook als voorbeeld van impressionistisch.
Toch zie ik juist veel neoromantiek in het boek.

Waarom Neoromantiek?
In de schrijfstijl van dit boek zijn heel erg duidelijk impressionistische kenmerken te ontdekken: veel bijvoeglijke naamwoorden, verzonnen woorden, uitgebreide beschrijvingen en een lange en orginele zinsbouw.

‘De regen hield op. Onder grauwe wolken door straalde een heldere glimlach van de zon over het woud, op de vochtige glanzende bladeren en op de droppels, die aan elk twijgje en halmpje fonkelden en de spinnewebben sierden, die over het eikeloof gespannen waren.’ (blz 51)

Toch zie ik verder veel meer kenmerken van de neoromantiek. Zo is een van de belangrijkste kenmerken uit de neoromantiek het vluchten uit de werkelijkheid. Dat zie je heel erg terug in dit boek: Johannes zit vaak bij de vijver te dromen en hoopt dag na dag op een wonder. Hij vlucht met Windekind mee uit de werkelijkheid door een gefantaseerde, en betere werkelijkheid te scheppen. Heel het boek is hij eigenlijk maar op zoek naar één ding: geluk.

‘Ik wil geen mens zijn. Ik wil dromen.’ (blz 99)

Behalve deze zwerflust, is ook eenzaamheid een thema dat zowel kenmerkend is voor de neoromantiek als dit boek.  Johannes voelt zich tijdens zijn verblijf bij Pluizer erg eenzaam en somber. Ook uit zich veel onvrede over het hier en nu in het boek. Pluizer laat Johannes de mensenwereld zien, met al haar gebreken: de mensen zijn ijdel en dragen allemaal een masker. Vooral het materialisme en het gebrek aan waardering voor de natuur worden aangevallen. Ook zit er een korte satire in het boek: als Windekind Johannes de natuur laat zien, komen ze een zogenaamde ‘Vredemier’ tegen, die zo heet omdat hij een volgeling is van een mier die zei dat de mieren niet meer tegen elkaar zouden moeten vechten. Deze Vredemier verteld dat hij die dag zal vechten tegen de Strijdmieren, omdat zij zeggen dat zij echte Vredemieren zijn. Ik zie dit als een bespotting op de verschillende kerken: ze geloven allemaal en hebben idealen die mooi en vredig zijn, maar omdat ze vinden dat de anderen het ware geloof niet hebben bevechten ze elkaar. Ook de liefde voor de natuur en de mysterieuze sfeer is heel belangrijk voor de neoromantiek

‘Zij wandelden tussen het hoge gras onder donker kreupelhout, dat hier en daar een smal, glanzig straaltje van het maanlicht doorliet. ‘’Hebt ge ’s avonds de krekels wel eens gehoord, Johannes, in de duinen?’’’ (blz 15)

Tenslotte is de noodlotgedachte ook nog een kenmerk van de romantiek: Johannes zoekt in het begin naar antwoorden op zijn moeilijke vragen, maar accepteert op het einde van het boek dat hij het nooit zal weten en berust hierin. Ook is het sprookje een populair genre in de neoromantiek.

In welke mate is dit boek een exponent van de betreffende stroming?

In de periode waarin De kleine Johannes verscheen stond de Nederlandse literatuur  onder invloed van vier stromingen: rond 1880 het naturalisme en het impressionisme en heel snel daarna, ook aan het eind van de 19e eeuw het symbolisme en de neoromantiek. Eigenlijk kun je in dit boek zowel impressionisme, neoromantiek en symbolisme herkennen. Hierboven heb ik al verteld waarom het boek bij de neoromantiek (en een beetje bij het impressionisme) hoort. Daarbij hoort het ook nog tot het symbolisme: de symbolisten beschouwden het leven als een mysterie. Ze  hadden belangstelling voor niet tastbare zaken, zoals filosofie, religie en mystiek. In hun werk treden droom, gevoel, fantasie en intuïtie op de voorgrond. Er wordt in dit boek wel gebruik gemaakt van de stijl en de begrippen van het impressionisme, maar Frederik van Eeden is het eigenlijk niet eens met de principes (zoals het l’art pour l’art idee: de kleine Johannes heeft juist heel duidelijk wél een moraal) en vertegenwoordigt het boek eigenlijk meer het symbolisme en de neoromantiek.

Ik vind dus dat dit boek lastig binnen één stroming te plaatsen is. Als ik een stroming zou moeten kiezen, zou dit de neoromantiek zijn. Op schaal van 1 tot 10, zou ik zeggen dat dit boek voor een 6,5 aansluit op de neoromantiek.

zaterdag 9 juni 2012

Schrijverspaspoort klas 5 - Bonita Avenue


Bonita Avenue - Peter Buwalda

1e druk, september 2010, De Bezige Bij
aantal bladzijden: 543
genre: psychologische roman

Samenvatting:

Dit boek gaat over het leven van Siem Sigerius, een wiskundige en judoka met een bijzonder verleden. Het boek wordt in onchronologische volgorde vertelt vanuit drie personen: Siem Sigerius zelf, Joni Sigerius (zijn aangenomen dochter) en Aaron Bever (zijn schoonzoon).  Siem komt uit een arm gezin, wordt een hele goede judoka en trouwt met Margriet Wijn. Hij en Margriet krijgen een zoontje, Wilbert, een heel brutaal en vervelend joch. Door een ongeluk loopt hij het WK mis, maar hij ontdekt in deze tijd wel zijn uitzonderlijke wiskundetalent omdat hij gedwongen op bed moet liggen. Hij gaat vreemd met zijn onderbuurvrouw Tineke en trouwt ook met haar. Zo sticht hij een nieuw gezinnetje met Tineke en haar twee dochters, Joni en Janis. Hij doet een belangrijke wiskundige ontdekking en wordt rector op de Twentse universiteit, maar er zitten scheurtjes in het keurige plaatje. Sigerius zoon Wilbert (die hij overigens nooit ziet) heeft in de gevangenis gezeten en Joni begint een sexwebsite met Aaron. Zijn kinderen storten hem in het verderf. Het verleden haalt het heden in en alles stapelt zich op tot een berg problemen die aan het eind van het boek exploderen.

Schrijverspaspoort:
GORINCHEM – Dinsdag 24 april, dat was de dag dat de grootse schrijver Peter Buwalda naar Gorinchem zou komen. Hij zou een lezing geven voor de leerlingen van het Gymnasium Camphusianum en andere geïnteresseerden. De aanwezigen kwamen echter voor een verrassing te staan, die voor sommigen aangenaam was maar voor anderen een regelrechte teleurstelling: de schrijver in kwestie kwam niet opdagen. Hij had zich verslapen en lag nog op bed op het moment dat de organisatoren van deze middag hem opbelden om te vragen waar hij bleef. Dit was om half drie ‘s middags.

Buwalda intrigeerde me. Ik was al benieuwd naar de man achter Bonita Avenue en vroeg me na deze mislukte middag extra af hoe de schrijver persoonlijk zou zijn. Peter Buwalda werd in Blerick geboren op 30 december 1971. Hij was journalist en redacteur voor verschillende tijdschriften. Hij was medeoprichter van het tijdschrift WAH WAH. Het enige boek dat hij tot nu toe heeft geschreven is Bonita Avenue, een debuutroman die met heel veel lovende recensies is ontvangen. Het boek werd genomineerd voor de Libris literatuurprijs 2011 en de Gouden Strop 2011 en won de Selexyz Debuutprijs en de Academica Literatuurprijs. Bonita Avenue was ook nog kort negatief in het nieuws omdat er een zekere boekenverscheurder in Utrecht, Leiden en Oegstgeest actief was die exemplaren van dit boek vernielde zonder duidelijke reden.

Buwalda’s vader is uit beeld verdwenen toen hij vijf jaar oud was. Hij heeft op zijn zesde de naam van zijn stiefvader aangenomen. Dit komt bijna letterlijk terug in zijn boek: Joni Sigerius neemt de naam van haar stiefvader aan en ziet haar eigen vader nooit meer, wil eigenlijk ook niets met hem te maken hebben. Buwalda’s biologische achternaam is ook verwerkt in de roman. Buwalda was van zijn vijfde tot zijn eenentwintigste actief als wedstrijdjudoka, nog een thema dat terugkomt in het boek (Siem Sigerius en Aaron Bever zijn judoka’s en ook de grondideeën en gedachten achter het judo spelen een belangrijke rol). Hij was niet bijzonder getalenteerd maar middelmatig, wat voor hem teleurstellend was omdat hij zo perfectionistisch is. Buwalda noemt zichzelf ook een perfectionist en geeft toe dat hij heel erg streng is voor zichzelf en voor anderen. Dit blijkt ook wel uit het feit dat hij zichzelf voor het schrijven van de roman vier jaar lang heeft opgesloten en afgezonderd. Veel van Buwalda’s kennis en onderwerpen voor zijn boeken haalt hij dus uit zijn eigen ervaringen, maar hij zegt ook veel onderzoek gedaan te hebben voor zijn boek. Zo heeft hij bijvoorbeeld heel veel gelezen om de psychose van Aaron Bever goed te beschrijven en heeft hij bijna alle locaties die in het boek beschreven worden echt bezocht. Bonita Avenue is deels uit wraak geschreven omdat Buwalda beschuldigd werd van valsheid in geschrifte. Hij was aan een nieuwe studie begonnen terwijl hij de vereiste scriptie om aan die studie te beginnen nog niet had voltooid, maar dit niet aangaf. Ook schreef hij het boek om zich aan zijn omgeving
(en zichzelf) te bewijzen.

Wie is Buwalda? Ik heb nog steeds geen flauw idee en ik ben alleen nog maar nieuwsgieriger geworden. Al bij het zien van dat uitgesproken, rauw verweerde gezicht wil je meer over de persoon weten en dat groeit alleen maar als je meer over hem leest. Hij lijkt me een zeer typische persoon, vrij lastig in de omgang maar met een enorme kennis en veel diepgang. Ik kijk uit naar de dag dat hij fris uitgeslapen in Gorinchem aankomt.

donderdag 31 mei 2012

Verwerkingsopdracht Verlichting klas 5 - Kleine gedigten voor kinderen


Kleine gedigten voor kinderen is kenmerkend voor de verlichtingsliteratuur

Ik heb gedichtjes uit de gedichtenbundel Kleine gedigten voor kinderen van Hieronymus van Alphen gelezen. Dit zijn korte gedichtjes met eenvoudige rijmschema’s, die aan kinderen konden worden voorgelezen zodat ze spelenderwijs zouden kunnen leren. Volgens van Alphen was een kind nog onbeschreven en konden goede eigenschappen worden aangeleerd. Alle gedichtjes zijn opvoedkundig bedoeld: ze geven de idealen van de verlichting weer en leren de kinderen deugden als gehoorzaamheid, eerbied voor de ouders, bescheidenheid en eerlijkheid. Ook wil van Alphen met zijn gedichtjes de kinderen aan sporen om vragen te stellen en na te denken over wat hij schrijft.

Opvoeding en onderwijs
Dit zijn belangrijke thema’s in de verlichting. In de verlichting was er een enorme drang naar kennis, het ‘willen weten’, en men vond het ook belangrijke dat kinderen deze instelling hadden. De samenleving moest beschaafder worden. De verlichting is dan ook de eerste stroming waarin echt aandacht voor kinderliteratuur komt. Dat zie je terug in deze dichtbundel: de gedichtjes zijn eenvoudig te lezen en te onthouden, zodat ze leuk zijn voor kinderen. Toch is het hoofddoel van deze dichtbundel echt didactisch: Hieronymus van Alphen probeert kinderen echt op te voeden en te beschaven. Elk gedichtje heeft een duidelijke moraal en heeft als doel het bijbrengen van een deugd.

 'k Heb zei hij, moeder lief! zo even
Weer kwaad gedaan.
Terwijl ik bezig met paletten                                        uit: Het gebroken glas
Bij 't venster was.                                                       
Vloog mijn volan, door 't fors raketten,
Daar in het glas.
Kom Keesje lief! hou op met krijten,
zei moeder toen:
'k Wil u die misslag niet verwijten,
Hij kreeg een zoen.

Keesje breekt een glas, en hoewel hij het lasting vind om dit aan zijn moeder op te biechten, besluit hij toch de waarheid te vertellen. Hij wordt hiervoor beloond.

Bewust van de realiteit
In de Verlichting probeerde men met beide benen op de grond te staan en was men erg realistisch: rede voerde de boventoon. Men was zich erg bewust van de realiteit en had veel aandacht voor de zaken om zich heen. Dit hing ook weer samen met de eeuwige drang naar kennis: men had een hele onderzoekende houding voor de dingen om zich heen.

Ach! mijn zusjen is gestorven,
nog maar veertien maanden oud.
'k Zag haar dood in 't kisje liggen:                     uit: Klagt van den kleinen Willem
ach wat was mijn zusje koud!
Morgen zal ik - maar voor mij ook
is 't gevaar van sterven groot.
Gistren liep zij met mij speelen;
 gistren nog! en nu - reeds dood!

De relatie tussen ouders en kinderen
De ouder-kind relatie is een belangrijk aspect in de Verlichting. Respect en eerbied voor de ouders is belangrijk, maar ook liefde en gehoorzaamheid. Ouders dienen hun kinderen streng op te voeden en veel te oderwijzen, maar ze tegelijkertijd alle liefde te geven.

Maar kan ik geen rijmpjes digten,
Moet ik zwigten
Voor mijn broêr in poëzij.                                             uit: Het geschenk
Neem dan, moeder! slegts dit roosjen
Van uw Coosjen,
'k Heb u tog zo lief als hij.

Natuur
Ook de natuur is een thema uit de verlichting en een terugkerend thema in de gedichten van van Alphen. Er zijn maar een paar gedichten waarin natuur het hoofdthema is, maar in bijna elk gedicht is er wel aandacht voor de omgeving en is er op zijn minst een korte beschrijving over een stukje natuur. Respect voor de natuur is belangrijk, evenals respect voor god die al die mooie natuur geschapen heeft.

Die tijd is mij de liefste,
Wanneer de boomen bloeien.
Dan krijgt men mooie bloempjes,                                   uit: vertelling van Dorisje  
om tuiltjes van te vlegten.
Dan ziet men duizend vogels
Op groene takjes zingen.
Is dat niet in de lente?

Toch bevatten de gedichtjes niet alle kenmerken uit de verlichting. Een belangrijke stroming in de verlichting was het classisme. Deze gedichtjes zijn duidelijk niet classisistisch. In het classisime is het strikte naleven van allerlei regels en bepalingen (meestal uit de Oudheid) heel belangrijk en wordt er gestreefd naar volmaaktheid. Dit is helemaal niet het doel van Van Alphen: hij wil graag educatieve gedichtjes maken die leuk zijn om te lezen. Van Alphen was een vernieuwer: hij verzette zich tegen alle standaard regels en wilde poëzie voor de verbeelding van het kind.

Kleine gedigten voor kinderen is zeker kenmerkend voor de literatuur uit de Verlichting. Het didactische thema voert de boventoon, er is aandacht voor de realtiteit, godsdienst, politiek en de natuur en de idealen van de Verlichting worden uitgedragen.